ijsje!

Ik MOEST hem hebben. Van zodra ik hem zag. Dat deed ik voor het eerst op de instagram-feed van Anki van Zilverblauw. Ik was zo onder de indruk van de kleuren en van de eenvoud. Normaal gezien twijfel ik eerst lange tijd voordat ik iets in m’n winkelmandje zwier (lees: het is bijna terug uit de mode wanneer ik beslis dat ik iets toch wel héél graag wil). Nu niet.

Wel liet ik hem eerst even – proforma – aan de heer des huizes tonen voordat ik hem kocht. Hij spurtelde eerst nog wat tegen, ook proforma, want hij had al lang gezien dat ik al lang had beslist.

DSCN4306

De ijsjes-poster van Engel. Daar heb ik het over. Hij kwam vorige week aan en hij is PRACHTIG! In het echt nòg mooier dan op m’n scherm. Het roze is echt fluo. Het is een zeefdruk en dat maakt hem net wat anders dan de andere – digitaal gedrukte – posters. Mooi dik papier, mooie druk, heldere kleuren, mooie belijning. Aaah! Het voelt zò goed als iets klopt!

DSCN4302

Een paar uur na het nemen van deze foto zag m’n woonkamer er als volgt uit. Kwestie van een realistisch beeld te scheppen…

DSCN4294

 

Fijne woensdag iedereen! Niet echt ijsjes-weer, maar laat dat de pret niet drukken!

Advertenties

Papierpiraten

“Welke letter is dat, mama?”

Het is de vraag die hier – na de vraag “wat gaan we eten?” – het vaakst wordt gesteld. Meestal doelt hij naar een cijfer, maar het is te vermoeiend om hem daar elke keer attent op te maken. Sinds hij zijn derde verjaardag heeft gevierd en hij dus de “3” kan lezen en de kindjes in zijn klas langzaamaan hun vierde verjaardag mogen vieren, is het hek van de dam. De vraag wordt gesteld bij elk huisnummer, elke nummerplaat, elk minuscuul cijfertje dat hij wel ergens heeft gezien en waar ik eerst een half uur naar moet zoeken. Duidelijk een kind van z’n vader, zoveel cijfertjesliefde.

DSCN4222

Toen ik de mooie kaartjes van http://www.papierpiraten.de zag in een leuk winkeltje in München, was het dus snel beslist: ik koop ze alle negen en kader ze in. Het kind blij – de mama blij – iedereen blij.

DSCN4229

Lijkt München wat ver? Ik heb ze vijf jaar geleden eens zien liggen bij de Huiszwaluw in Gent. Met een beetje chance kan je ze daar nog krijgen.

DSCN4236

Het hondje en zijn strontje

Kak. Laat ik daar eens een blogpost over schrijven. Hondenkak meer bepaald. Want daar lag onze straat vol van. Niet één klein drolletje, nee, dikke hopen hondenpoep over heel de straat.

Leuk als je ’s ochtends vol enthousiasme – een nieuwe dag! – de voordeur openzwaait en er een grote verse drol op de stoep op jouw ligt te wachten.

“Oh, mama, kijk, kaka! Mag ik er over springen?” Zucht.

Geen idee waarom uitgerekend onze straat als toilet wordt gebruikt, welke hond er zulke grote drollen kan draaien en hoe het komt dat er mensen bestaan die het ok vinden dat hun hond andermans voordeur bevuilen, maar het. zat. me. tot. hier. *wijst hoog boven het hoofd*.

Enter de poster voor aan het raam.

Poster Strontje Hij was net af, toen mijn buurvrouw – een hondendrol ontwijkend – aankondigde dat ze een poster ging maken. Want het zat haar tot daar * hand hoog boven het hoofd*. Kijk, great minds think alike. Zij, en alle andere bewoners van onze mooie straat, hingen met plezier een poster voor het raam.

Het goede nieuws? Het helpt!

Ook zo’n poster aan jouw raam? Download hem hier in A3-formaat of hier in A4-formaat!

 
Follow my blog with Bloglovin

Een nieuwe kamer voor Felix

We hadden hem er al een tijdje op voorbereid: dat hij grote broer zou worden. Dat ging gepaard met gesprekken over baby’s die in buiken wonen en met het geruststellen dat hij zijn boterhammen niet zou moeten delen met kleine broer – tenminste niet in’t begin. Dat vond hij allemaal prima.

Hij zou ook een nieuwe kamer krijgen. Op de zolderverdieping. Een echte jongenskamer, met een groot jongensbed en al. Felix kennende – hij is niet zo’n held als het op veranderingen aan komt – moesten we hem tijdig verhuizen, liefst voordat de baby er zou zijn. Alleen zag de zolderverdieping er op het moment dat ik zwanger was nog zo uit:

Dus werden er oude muren gesloopt en nieuwe muren geplaatst, oude vloeren verwijderd en nieuwe vloeren gelegd, elektriciteit vernieuwd, geïsoleerd, geschilderd, behangen, … En hopsa, ziedaar zijn nieuwe kamer!

Het bedje vonden we tweedehands op kapaza. Liefde op het eerste gezicht.
Het behang is van Isak en stak al langer mijn ogen uit. Ik vond het hier.
De kast is de allom gekende Malm van Ikea.
De idee voor het boekenrekje vond ik pinterest en bestaat uit de Ribba-houders van bij Ikea.
De lamp is de Unfold hanglamp van Form us With Love en vond ik (uiteraard!) hier.
De poster is de Ark van Noah van Ingela en komt van hier.
De houten cowboy en indianen figuurtjes zijn van Janod (story box) en zijn een grote hit bij Felix (dank u peter!).
De oranje zitbol komt van bij de grootouders van manlief en heeft eindelijk een plaatsje gevonden in ons interieur!

Missie geslaagd: hij slaapt er graag en vond het geen probleem om zijn ‘oude’ kamer aan zijn broertje te moeten afstaan. Oef!

Super-Tom

Dat het hier wat stiller was de laatste tijd, dat had u wellicht zelf ook al ondervonden. De reden? Een klein buikbewonertje dat al mijn energie opvrat. Geen zin in een andere activiteit dan zetel-liggen. Maar kijk, vorige week werd dat buikbewonertje een huisbewonertje en hebben we er een pracht van een zoon bij. Ik stel u trots voor: Tom.

Ik weet wel dat het een illusie is dat ik nu wél meer tijd ga hebben om te naaien, inrichten, breien of wat dan ook (oh, een volle nacht slaap, ik snak er nu al naar), maar laat ik u al het kaartje en de suikerbonen tonen.

Ik had eerst een heel ander kaartje getekend – zonder al te veel tralala, maar de grote man des huizes was het daar niet volledig mee eens.

Dus tekende ik iets ‘schattigers’ en kwamen we uit op het superhelden-thema.

De suikerbonen hield ik simpel, wegens – inderdaad – gebrek aan energie. Omdat ik graag de inhoud van het zakje zichtbaar wilde houden, maar niet zo’n fan ben van doorzichtige snoepzakjes, gebruikte ik glassine zakjes. Een mooi en sober alternatief. Ik kleedde het geheel aan met een super-tom-pop. Dankzij het poppenboek van Tante Hilde had ik een basis patroon. Leuk om te maken, behalve dan de stukken die je met de hand moet naaien. Daar heb ik zo geen geduld voor (een close-up van zijn achterwerk ga ik niet tonen, dat is echt beschamend hoe slordig dat aaneen is genaaid).

En als u mij nu even wilt excuseren: ik ga een dutje doen.

Een Jacob voor Felix

U werd er wellicht al mee doodgeslagen. Het naaiwereldje viel als een blok voor de Jacob van Zonen09 en het is volgens mij het meest geblogde broekje in het Vlaamsche land. Het is ook geen recent patroon – het lag hier al lang te lonken, maar het patroon start pas met maat 92, iets waar de korte benen van Felix wat tijd voor nodig hadden.

Maar kijk, ik doe gewoon mee met de hype. Ik blog over een broek die fantastisch zit, leuk is om te maken en nog het mooist is in een effen eenvoudige stof zonder al te veel toeters en bellen. Het was bovendien de eerste keer dat ik een broek naaide. Ik heb er mijn tijd voor genomen. Elk stiksel werd gekeurd en waar nodig terug losgetornd, elke naad werd uitgestreken, ik stikte tergend traag en liet me niet opjutten door mijn eigen ongeduld.

Ik ben tevreden over het resultaat en Felix vond het heerlijk om te mogen poseren.

Hello!

Als klein meisje was ik niet zo’n held in handwerk. Ik ging naar een echte meisjesschool (nonnen incluis) en herinner me nog de strenge zuster van wie ik handwerk kreeg. Haken, breien, naaien – ik vond het bijna even erg als turnen. Het angstzweet brak me telkens uit toen ik per ongeluk een steek (of twee) had laten vallen en ik hulp moest vragen aan de strenge zuster. Of toen ik helemaal op het einde van mijn breiwerk het draadje wilde afknippen en iets te enthousiast was waardoor ik los door mijn breiwerk knipte. Wat een ellende.

Toch had ik als kind een naaidoosje. Ik herinner me niet dat ik ooit naaide, breide of haakte, maar ik had wel al het materiaal in huis. Ja, ook de obligatoire kitcherige punnikpaddenstoel.

Die haalde ik een tijd geleden nog eens boven. Het is niet echt hoogstaand handwerk – zelfs een beetje op het saaie af – maar ideaal als je ’s avonds moe in je zetel hangt en wat wil frullen op automatische piloot. Het repetitieve maakte me zelfs een beetje ‘zen’.

Ik stak, na een paar avondjes vlijtig punniken, een ijzerdraadje in mijn sliert, draaide, modelleerde en vloekte wat en eindigde uiteindelijk met dit:

Kleur in m’n interieur!