50960 stokjes

Ik begon er bijna twee jaar geleden aan. We hadden net een nieuwe zetel gekocht, het was winter en Felix was net ter wereld gekomen. Mijn man lag op een schone zondag in de zetel een boek te lezen. Niets mis mee, was het niet dat hij onder een dekentje lag. In principe ook niets mis mee, was het niet dat dat een oud, ooit-wit-maar-nu-wat-grijzig fleece dekentje was. Heb je een schone zetel, met ne schone man op, wordt heel dat beeld verpest door dat lelijk onding. Ik deed mijn beklag, maar het dekentje mocht niet weg, want: “zot, het is hier zoooo koud”. Zucht.

Gezwind sprong ik mijn fiets op, reed naar de dichtsbijzijnde wolwinkel, kocht daar wat bollen wol, fietste terug naar huis, en begon te haken. En ik bleef haken. Twee jaar lang. Tijdens de dutjes van zoonlief, tijdens vakanties, ’s avonds voor TV. In ’t begin ging dat goed vooruit, nadien had ik het wat gehad en bleef het wat liggen. Maar het vieze dekentje zorgde voor voldoende motivatie (en het gezeur van mijn man ook, moet ik toegeven). En twee jaar na datum is het af: een dekentje dat assorti is met de ondertussen-niet-meer-zo-nieuwe zetel.

Ik was van plan om zo’n granny stripe deken te haken, maar kwam – gelukkig redelijk snel – tot de vaststelling dat ik dat eigenlijk niet zo mooi vond, trok alles uit en begon opnieuw. Deze keer gewone stokjes. Véél beter.

Voor mijn archief zet ik wat cijfers op een rij:
– ik gebruikte 28 bollen wol
– haakte 196 rijtjes
– elke rij bevatte 260 steken
– in totaal haakte ik dus 50.960 stokjes
– het deken is 115 cm breed
– en 145 cm lang
– en weegt bijna 1,5kg (1kg335g om precies te zijn)

Ik denk niet dat ik nog vaak aan zo’n project begin, maar ik ben wel blij met resultaat.

Advertenties

Gelukkig houd ik van simpel

Ik wil jullie vandaag graag het geboortekaartje en de suikerbonenzakjes tonen die ik – nu bijna twee jaar geleden – maakte voor de geboorte van ons zoontje Felix. Hoewel vandaag de dag vosjes nog steeds alomtegenwoordig zijn op menig pinterest-bord, vierde het thema toch hoogtij in 2011. Dat jaar was ook het gelukkigste jaar uit mijn/ons leven: zwanger en een pracht van een zoontje dat ons ruim drie weken te vroeg, en nog nét voor de kerstdagen, kwam verrassen.

Geen haar op mijn hoofd dat er aan dacht om voor iets kant-en-klaar te opteren. Ik moest en zou zélf het kaartje ontwerpen en zelf de suikerbonenzakjes ineen knutselen. Het wereldwijdeweb werd binnenstebuiten gedraaid op zoek naar ideetjes. En telkens weer kwam ik bij die vosjes terecht. En telkens weer bij het prachtige vossen-stofje van Monaluna.

Bon. Mijn grafische kunsten waren/zijn nog steeds van dat niveau dat het kaartje simpel gehouden moest worden. Gelukkig houd ik van simpel. Een prentje van het stofje werd ingescand en overgetekend in Illustrator. Ik zat wat met de poepers omwille van plagiaat en auteursrechten en heel die rimram, maar goed – gezien het niet voor verkoop was en er slechts een paar vrienden en familieleden dit kaartje zouden krijgen, dacht ik dat het wel kon. Voor de zekerheid paste ik hier en daar wat details aan. Ge ziet: zo enorm creatief ben ik…

Er ging wat tijd overheen voordat ik – uiteraard last-minute – overging tot de aankoop van het stofje. Daar zou ik suikerbonenzakjes van maken. En – uiteraard – was dat stofje nergens meer te vinden. Paniek. Want één keer dat ik met iets in mijn hoofd zit, moet en zal het ook zo uitgevoerd worden. Bovendien had ik geen zin in een ander kaartje. Op goed geluk mailde ik naar Vermiljoen die me vervolgens haar laatste restjes opstuurde. Allemaal kleine restjes stof die niet meer verkoopbaar waren, maar gelukkig net groot genoeg om er een aantal zakjes van te maken. Vermiljoen heeft nog steeds mijn eeuwige dank.

Ik wilde eerst iets maken à la piramidetasjes, maar daar kwam ik na een aantal proefstukjes snel van terug wegens teveel werk. Ik vereenvoudigde het concept wat en maakte ritstasjes volgens deze handleiding, maar toen ik wat opzoekwerk deed naar de prijs van ritsen, wist ik dat het iets ritsloos zou moeten worden.

Gelukkig houd ik van simpel. Eenvoudige trekzakjes werden het. Gewoon een zakje met een tunneltje en een koordje. Manlief knipte al de lapjes uit, ik stikte alles – bandwerkgewijs – aaneen. Alles werd gevuld met lichtblauwe, oranje en witte suikerbonen.

Voor de presentatie gooide ik alle zakjes in een donkerblauw bakker-valiesje, plakte ik het kaartje op de ‘flap’ en klaar. Gelukkig houd ik van simpel.

 

Verjaardagskalender

Hij stak al zo lang mijn ogen uit. Mijn scherm hing vol kwijl telkens ik hem hier zag voorbijkomen. Ik weet niet precies waarom ik zo lang heb gewacht, maar toen de heer des huizes zijn zegen gaf, én hij ook nog eens afgeprijsd stond (de kalender, niet mijn man), sloeg ik vol overgave op de winkelkar-knop.

En ja, een drie-meter-lange verjaardagskalender is er misschien wat over, maar o-o-o, hier word ik zo blij van. Enige probleem: ik durf er amper op te schrijven…

(Kalender: Papier temps van Papier Tigre)

Voor & Na: de woonkamer

Zeven jaar geleden vonden we het huis van onze dromen. Een huis met ziel, met een geschiedenis en – ja ook dat – héél veel werk aan. Maar goed, je bent jong, je wilt wat en je bent nog wat naïef. We gingen die klus wel even klaren. Met wat hulp van ouders (’t is te zeggen, vooral van mijn schoonvader) en vrienden kon dat toch zo moeilijk niet zijn.

Mjah.
In’t begin is dat allemaal leuk. Afbreken, deuren ontdekken waar je ze niet meteen verwacht, hard werken en dan met z’n allen aperitieven. Maar dat stof vreten, dat werd me soms écht teveel. Meermaals ben ik in tranen uitgebarsten bij het vooruitzicht van nog een dag verbouwen. Om nog maar te zwijgen van mijn eigen onhandigheid en het gevloek van mijn handige – maar ietwat ongeduldige – man.
Er werden plafonds uitgebroken, waterleidingen getrokken, electriciteit vernieuwd, vloeren opengebroken, balken gestoken, muren weggehaald, muren opgetrokken, ramen vervangen, sanitair vernieuwd, muren bezet, nieuwe vloeren gelegd, meubels op maat laten maken, daken vernieuwd, beton gegoten, containers volgepropt, voorgevels gekuist, achtergevels opgeknapt, muren gemetst, …
Nu, zeven jaar later, kunnen we er de grap wel van inzien. Hoe we op een bepaald moment het dak konden zien en de hele zolder terwijl we in bad lagen. Hoe we een tijdlang enkel een toilet hadden op de ‘koer’. Hoe ik miljarden gaatjes heb opgevuld in de muur met polifilla en nadien bleek dat dat niet echt nodig was. Hoe mijn man zich meermaal electrocuteerde aan electriciteitsdraden die bloot in de muur waren weggemoffeld. Hoe wij soms een weekend over iets deden terwijl vakmannen dat in een paar uurtjes kwamen fixen.
Maar het geeft zo veel voldoening om, jaren later, de eerste foto’s te zien en dan op te merken hoeveel er is veranderd. Dat het precies zo geworden is zoals je het in je hoofd had.
Er is nog wat werk. De zolder, de traphal en de kelder dienen nog onder handen genomen te worden. Er mag nog wat ingericht worden en gedecoreerd. Maar met enige trots stel ik u toch al enkele voor/na foto’s voor van onze woonkamer. U bepaalt zelf maar welke foto’s de ‘na’-foto’s zijn..

Zolderschatten

Vorig weekend stond ik in de zolder van mijn ouders – ploeterend door de stapels dozen, oude meubels en hopen stof – op zoek naar mijn oude punnikpaddenstoel. Ik wilde daar graag nog eens mee aan de slag aangezien ik een aantal toffe dingen had zien passeren op Pinterest (duh, waar anders?). Zo’n zolder, dat is toch altijd weer een feest: dozen vol oude stripboeken, knutseldozen met verdroogde verf, oude foto’s van mensen die je nog vaag kent van in je kindertijd, knuffelbeesten die ooit te horen kregen dat ze voor altijd bij jou zouden blijven en nu verdwaald in een kartonnen doos wachten op een beter leven… Nostalgie!

Mijn mama – die geloofde dat er verstikkingsgevaar mogelijk was door de pakken stof  – was ondertussen een oogje in het zeil aan het houden. Ondertussen ging het gesprek ongeveer zo:
Mama: “Wat heb je nog allemaal genaaid ondertussen?”
Ik: “Een broek, met veel gesukkel”
Mama: “Hoe? Gesukkel? Hoe komt het?”
Ik: “Mijn naaimachine doet vreemd. Tijd voor een onderhoudsbeurt denk ik”.
Mama: “Ah, ja. (lange pauze en dan al lachend) Ik heb hier op zolder al jaren een oude naaimachine staan van de bomma”.
Ik: “Ja die naaima…. WAT? EXCUSEER? WAT ZEI JE?”
Mama: “Dat ik hier nog een oude naaimachine heb st…”
Ik: “Ja, dat had ik gehoord. En dat vertel je me nu pas?” (met héél veel ongeloof)

Mijn mama wees naar een hoekje in de zolder, achter een oude zetel. Daar stond ze dan: een prachtige oude houten kist met in mooie letters “pfaff” op. Met open mond stond ik te kijken. Al die jaren, sinds mijn oma was overleden, stond hier een oude naaimachine. En. Ik. Wist. Van. Niets.

Ik probeerde ze open te krijgen, zonder succes, aangezien de kist op slot zat en er niet meteen een sleutel aanhing. Ja lap, een sleuteltje vinden in deze zolder: een speld in een hooiberg leek me nog gemakkelijker. Schuiven werden opengetrokken, dozen uitgeladen, … tot ik in mijn ooghoeken deze doosjes zag liggen in een boekenkast van mijn oma.

Yes! Behalve wat verloren spoeltjes, naaivoetjes en knopen zag ik dit sleuteltje liggen (let op het logo op de sleutel. Mooi hé).

Dit is wat ik vond. Ik stond te springen van vreugde. Hoe mooi kan een naaimachine zijn? Prachtig versierd met gouden bloemen en krullen, mooi van vorm, prachtige details.

Eén puppy-blik was voldoende om mijn ouders te overhalen. “Ja, ja, ’t is al goed. Je krijgt ze.”
Ze werkt nog (hoewel ik niet zeker ben over hoe ik mijn draad precies moet inrijgen), maar ik gebruik ze vooral om naar te kijken en dan héél gelukkig te zijn. Ze staat nu op onze boekenkast. En ik denk dat mijn oma daar heel blij mee zou zijn.

Oh ja, die punnikpaddenstoel heb ik ook nog gevonden, later (hopelijk) meer daarover!

Vertel eens, wat was jouw mooiste zolderschat tot nu toe?

Charlie voor Felix

Die Charlie, waarover ik het had in dit bericht, die hadden jullie nog van me te goed. Hij was al lange tijd klaar, lag al lange tijd in de kast van zoonlief, maar werd al lange tijd niet gedragen. De reden? Véél te lange mouwen. Hoewel dat handig is bij het schoonvegen der snotneuzen, was het vooral bron van veel frustratie wegens het zoek raken van handen.

Of wacht, eigenlijk waren het niet de mouwen die te lang waren, maar de trui die te kort was. Tijdens de Maakdag maakte ik de Charlie in de kleinste maat die bestaat: een 92. Véél te groot voor Felix die momenteel nog in maatje 80 past. Maar ik ben een geduldig iemand (*kuch*) en was bereid om op de 12cm groeispurt van zoonlief te wachten. Tot ik een domme fout maakte bij het aannaaien van de heupboord aan het truigedeelte, waardoor ik opnieuw moest beginnen en de trui een heel pak korter uitviel (ik werkte met een overlock, dus ik moest wel een deel wegknippen). Resultaat: trui in maat 80, mouwen in maat 92. Gisteren paste ik daar een mouw aan (heb je hem? heb je hem?) en kortte ik de mouw eindelijk in.

Et voilà: een mini-Charlie voor Felix.

Regen

Het triestige Belgische zomerweer, een minder leuke gebeurtenis in het leven van een vriendin en een uurtje Illustrator leverden een tijdje geleden dit kaartje op.

Een kleine aanpassing maakte het meteen al een pak vrolijker. Voor het kleurenschema van dit kaartje ging ik ten rade bij Kuler en koos voor ‘happy mom’. Opgepast, verslavende site…

Hopelijk hadden jullie een fijne zondag!
Die van ons was zonovergoten, maar wel lekker lazy.